Pas vanaf een jaar of 9 krijgen kinderen een realistisch beeld van zichzelf. Kinderen zitten dan vaak in groep 5/6. Voor mij is dit ook de leeftijd waarop kinderen bij mij in de praktijk komen. Ineens verandert de wereld om hen heen en worden vriendjes/vriendinnetjes/sport of andere clubjes belangrijker dan papa en mama. Het is de eerste fase waarin kinderen zich los gaan maken van hun ouders. Soms gaat dat gepaard met een hoop gedoe, soms boosheid en frustratie. Je kind wil bv zelf naar school fietsen, maar jij ziet ‘beren op de weg’ en wil dit (nog) niet. Je bent er als ouder nog niet klaar voor om je kind hierin los te laten.

Hoe zit het met het zelfbeeld op deze leeftijd? Kinderen gaan zich met leeftijdsgenootjes vergelijken. Hij beseft wat ‘opscheppen’ is en dat je dat beter niet te opzichtig kunt doen. Hij roept nog steeds wel dat hij iets kan, dat deed hij bij de kleuters ook al wel, maar met het verschil dat hij er nu vaak aan toe voegt, ‘niet zo goed als die en die’. Je kind gaat meer en meer over zichzelf nadenken en is in staat te reflecteren op zijn eigen gedrag en gedachten.

In de puberteit gaat het zelfbeeld van kinderen vaak op de schop. De vraag ‘wie wil ik zijn?’ komt maar al te vaak naar boven. Ouders zijn al even niet meer de belangrijkste toetssteen. De sociale omgeving vooral vrienden vormt de basis. Pubers hebben vaak een ideaalbeeld, bijvoorbeeld een vriendin of popster waar ze tegen op kijken.

Wat kan je als ouders doen?

Laat je kind weten dat hij er mag zijn, dat het goed is zoals hij is.

Help je kind om opmerkingen van anderen op waarde te schatten (klopt het wel wat de ander over mij zegt?, of zit er jaloezie of onzekerheid van de ander achter?)

Geef je kind de ruimte om zelf te ontdekken wie hij is en wat hij kan

Leef je kinderen voor. Jij bent hun filter, hun spiegel, hun voorbeeld.